BLOKSYSTEEM

 

Het uitgangspunt van het baanontwerp is een dubbelsporig tracé in de vorm van een hondenbot, waarbij de "verdikkingen" zich op een ander zolder gedeelte bevinden. Het ontwerp moest ook voorzien in een schaduwstation. In plaats van wisselstraten werd er voor een doorlopend schaduwstation gekozen op de aangrenzende zolder( $$). Hiervoor werd een bloksysteem ontworpen dat het hoofdtracé 100 % automatiseerd.

Eisenpakket:

  1. detectie van rijdende en stilstaande locomotieven en wagons

  2. 12 treinstellen op baan

  3. snelheidsregeling per blok instelbaar

  4. optrek- en afremvertraging per blok instelbaar

  5. uitgang voor het aansturen van andere blokken

  6. minimaal 3 ingangen voor aansturing van uit andere blokken.

  7. aansturing seinen.

  8. bezetsignaal dmv led-indicatie.

 


Elk blok ( $$) is voorzien van een detectiesysteem dat in staat is om te meten of er zich een stroomverbruiker ( locomotief ) in het betreffende blok bevindt, of hij rijdt of stilstaat doet niet ter zake. Problemen met het los laten van wagons komen wel op elke baan voor. Om te voorkomen dat een achterop komende trein er tegen botst moeten ook deze wagons gedetecteerd kunnen worden. Omdat wagons ,met uitzondering van verlichte personenwagons, geen stroomverbruikers zijn, moeten hiervan stroomverbruikers gemaakt worden.
Hiervoor zijn enkele mogelijkheden. Het gemakkelijkste is om elke trein te voorzien van een wagon met sluitverlichting. De verlichting is dan de stroomverbruiker. Een andere manier is om van de laatste wagon de wielen met de wielas kort te sluiten dmv weerstandslak. Hierdoorgaat een minimale stroom vloeien die gemeten kan worden. Een duurdere manier is de wielen van de laatste wagon te verwisselen door Roco wielen welke reeds van een ingebouwde weerstand voorzien zijn.
Welke oplossing men kiest is niet het belangrijkste, als er maar voor gezorgd wordt dat de wielen en rails schoon blijven zodat er stroom kan vloeien.

Doordat zowel de locomotief als de laatste wagon gedetecteerd worden, bezet de trein 2 blokken hetgeen wil zeggen dat bij het gebruik van 12 treinstellen er minimaal 30 blokken nodig zijn.
Aan de zichtzijde ( $$) van de baan zijn 11 blokken en aan de achterzijde ( $$) 20 blokken geplaatst.

De punten 3 en 4 zijn op gelijke wijze uit gevoerd zoals beschreven bij “voedingen” ( $$).

Het gehele schema is op het ogenblik niet digitaal beschikbaar.